Vraagbaak
Voor andere vragen over dieren en de omgang met dieren kunt u ons tijdens kantooruren bellen op het telefoonnummer 0900 - 900 6743 (0,15 cpm). U kunt natuurlijk ook een mailtje sturen naar info@nshd.nl zodat wij op uw vraag kunnen reageren.
  TOGGLE ALL verberg antwoorden
Algemeen
# Vraag
1 Ik wil graag een eenmalige gift geven, wat is jullie rekeningnummer?
Voor donaties is dit 40.98.06.137 bij de ABN AMRO bank te Amersfoort ten name van de Nederlandse Stichting voor Hulp aan Dieren. U zou bij uw donatie als omschrijving een van de partners van de NSHD kunnen aangeven, dan maken wij het bedrag, eventueel met een extraatje direct over naar deze instelling.
2 Ik wil me graag als vrijwilliger inzetten om dieren te helpen, waar kan ik dan terecht?
Er zijn in Nederland veel stichtingen die dieren opvangen en verzorgen. Zij zijn voornamelijk afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. De meeste asiels en dierenambulances zullen dan ook erg blij zijn met alle hulp die zij kunnen krijgen. Wat u zich wel voor de tijd moet afvragen is of u voldoende tijd kunt vrijmaken, want er wordt natuurlijk op u gerekend als u zich aanmeldt. Het werk is hard nodig maar niet altijd even leuk. Om een goede keuze te maken kunt u altijd eerst even kijken bij een instelling alvorens u zich aanmeldt. Bij veel dierenambulances krijgt u een opleiding zodat u direct kunt handelen in geval van nood. U hoeft dus (nog) geen expert te zijn om u zelf nuttig te maken.
3 Hebben jullie het adres van: ……
Verder in deze vraagbaak staan belangrijke adressen vermeld van dierenartsen en andere specialisten. De adressen van de NSHD staan onder het tabblad NSHD, de partners van de NSHD staan onder de tab Partners en de deelnemers van de kortingpas staan onder het tabblad Donateurs en voordeelpas.
4 Hebben jullie ook een staat van baten en lasten?
In het blad Hulp aan Dieren wordt telkens beschreven hoe de NSHD zich heeft ingezet in de afgelopen periode. Hierin kunt u lezen hoe en waaraan de middelen zijn ingezet. Een staat van baten en lasten hebben wij hier niet in opgenomen, omdat de meeste mensen dit niet interesseert en wij de ruimte graag gebruiken voor teksten die de meeste mensen graag lezen. Natuurlijk kunt u ook contact opnemen met de stichtingen die steun krijgen van de NSHD en hen vragen of zij tevreden zijn over deze stichting. Verder wordt in het blad altijd aangegeven welke stichtingen de NSHD heeft verwelkomd, welke acties de NSHD het afgelopen kwartaal heeft ondernomen en zijn bijvoorbeeld interviews opgenomen met mensen die steun ontvangen.
5 Ik heb gezien dat iemand zijn dier mishandeld, wat moet ik hiertegen doen?
Het beste kunt u contact opnemen met degene waarvan u denkt dat hij / zij een dier mishandeld en vragen waarom hij / zij het dier zo behandeld. Vervolgens kunt u uw standpunt uitleggen. Soms lijkt een dier mishandeld te worden maar doet de eigenaar juist erg veel moeite om het dier weer gezond te krijgen. Het kan ook zijn dat degene liever geen dier meer zou willen of kunnen hebben, wellicht kunt u dan een oplossing bieden.
Natuurlijk kunt u ook direct een klacht indienen bij de politie. Hoe meer mensen klagen over een mishandeling, des te eerder zal de politie ingrijpen. Een van de mogelijkheden om anoniem te blijven is een brief te richten aan de persoon die u verdenkt van mishandeling. Hierin kunt u aangeven waarom u het niet eens bent met het handelen van deze persoon. Een andere mogelijkheid, die de politie u waarschijnlijk ook zal aangeven, is melding te maken bij de inspecteur van de Dierenbescherming. Als niets lijkt te helpen kunt u ook denken aan de pers. Vaak werkt een artikel in de krant of op TV erg goed.
6 Ik wil graag een hond of een kat, weten jullie een geschikt adres?
Het beste kunt u eerst contact opnemen met het asiel bij u in de buurt. Veel dieren zitten daar te wachten op een verdiende tweede kans in hun leven. Deze dieren zijn vaak erg trouw en dankbaar. Als u persé een puppy wilt kunt u contact opnemen met Stichting Pup in Nood (020-6824627) in Amsterdam. Deze stichting werkt landelijk en kent overal goede adressen. Mensen die graag een katje willen kunnen contact opnemen met bijvoorbeeld Stichting Kat in Nood (0594-688452) in Lauwerzijl of een van de andere instellingen die de NSHD steunt. Deze instellingen staan vermeld op deze site onder het tabblad Partners. Natuurlijk zijn er buiten deze stichtingen die door de NSHD gesteund worden ook andere stichtingen waar u terecht kunt als u een dier aan wilt schaffen. Waar u voor op moet passen is dat u niet bij slechte fokkers terecht komt. Als u naar een fokker gaat let dan goed op de hygiëne, de ouderlijke dieren en de manier waarop de jonge dieren gehuisvest zijn. De manier hoe de jonge dieren reageren op elkaar en op u kan ook zeer veel zeggen over de psychische toestand van het diertje. Als u op zoek bent naar een bepaald ras dan kunt u contact opnemen met de diverse rasverenigingen.
7 Ik ben mijn dier kwijt, kunnen jullie iets voor mij doen?
U kunt contact opnemen met de politie, het asiel en de dierenambulance bij u in de buurt. U kunt een oproep plaatsen op de kabelkrant of een advertentie in de krant zetten. Een ander veel gebruikt idee is het kopieren van een foto en hierbij uw oproep met telefoonnummer te plaatsen. Als u deze brieven in de buurt ophangt krijgt u misschien reacties van mensen die het dier hebben gezien. Een andere mogelijkheid is dat u een oproep plaatst in het blad Hulp aan Dieren of op onze site. Dit blad komt elk half jaar uit en wordt door veel dierenvrienden gelezen.
Medisch
# Vraag
1 Vergiftigingen

Wat te doen als uw huisdier iets giftigs heeft gegeten?

Waarschijnlijk heeft u meer giftige stoffen in huis dan u denkt. Dat thinner en zwavelzuur giftig zijn zal u heus bekend zijn. Deze stoffen staan vast en zeker goed opgeborgen op een veilige plek. Maar wist u dat rookwaar, plantenmest en vlooienbanden ook giftig zijn? Vergiftigingen ontstaan doordat dieren iets giftigs hebben gegeten of giftig materiaal hebben opgelikt dat aan hun vacht is blijven hangen (bijvoorbeeld carbolineum). Vergiftigingen van knaagdieren en vogels zijn vrijwel altijd fataal. Als honden of katten iets giftigs hebben gegeten zijn ze vaak nog te redden, al is dit afhankelijk van de aard van de vergiftiging, de hoeveelheid giftige stof en......de juiste reactie van de eigenaar van het dier. Vergiftigingen met geneesmiddelen, schoonmaakmiddelen en tabak komen het meest voor. Neem altijd contact op met uw dierenarts als u denkt dat er gif in het spel is. Dierenartsen kunnen bij het vergiftigingeninformatiecentrum de meest recente informatie over giftige stoffen krijgen. Houd zo mogelijk de verpakking van het gif bij de hand. (Het is daarom verstandig giftige stoffen in hun oorspronkelijke verpakking te bewaren.) Is de dierenarts niet direct bereikbaar kijk dat in het volgende lijstje wat u zelf zou kunnen doen. Afhankelijk van het giftige product dat het dier binnen heeft gekregen zijn er verschillende manieren waarop u zou kunnen reageren. Soms is het verstandig het dier water te laten drinken waardoor het gif zich verdunt. Soms is het verstandig het dier te laten braken en soms kan braken juist heel onverstandig zijn. Dat is het geval als het om agressieve en/of bijtende stoffen gaat, die dan voor een tweede keer langs de slokdarm komen en deze ernstig kunnen beschadigen. Ook kan het toedienen van Norit, een laxeermiddel, koffieroom of boter verstandig zijn. Dieren die bewusteloos zijn kunt u beter geen water via de bek toedienen. Ook het laten braken is dan niet verstandig.

De cijfers in het volgende lijstje corresponderen met de cijfers die achter de producten vermeld staan. Ze geven aan wat u zou kunnen doen bij vergiftiging met het betreffende middel.

   1. Niet laten braken.
   2. Water laten drinken. Dit water met een lepel in de wangzak gieten.
      Pas op! Bij bewusteloosheid nooit water geven!
   3. Laten braken, hetgeen u doet door zout in de bek te brengen.
      Ga naar de dierenarts voor een injectie met een braakmiddel als zout geen effect heeft. 
      Bij bewusteloosheid of krampen nooit laten braken!
   4. Norit toedienen (na het braken), 2 tabletjes (kat) tot 10 tabletjes (grote hond).
       Deze tabletjes eventueel met water laten opdrinken.
   5. Koffiemelk of boter toedienen om schuimvorming te voorkomen.
   6. Dien een laxeermiddel toe, bijvoorbeeld natriumsulfaat.
      Het is ook mogelijk vloeibare paraffine te geven.
      Vloeibare paraffine heeft als nadeel dat het bij verslikken in de longen terecht kan komen, waardoor uw huisdier erg ziek kan worden.

Aanmaakblokjes 2, 3, 4Hoofdpijnpoeders 2, 3, 4 Pil (anticonceptie) 2, 3
Aardappelkiemrem 2, 3, 4Hortensia 2, 3, 4Plantenmest (vast) 2, 3, 4, 6
Abdijsiroop 2, 3, 4Huidlotions 3Plantenmest (vloeibaar) 1, 2 
Accuzuur 1, 2Huisbrandolie 1, 6Plaspillen 2, 3, 4
Aceton 2, 3, 4Hulst 2, 3, 4Pokon (vast) 2, 3, 4, 6
After shave lotions 2, 3Inkten 2, 3, 4Pokon (vloeibaar) 1, 2
Afvoerontstoppers 1, 2Insecticiden 2, 3, 4Pijnstillers 2, 3, 4
Afwasmiddelen (hand) 1, 5Inweekmiddelen 2, 3, 4Rattenverdelgers 2, 3, 4
Afwasmiddelen, machine 1, 2Japanse kwee 2, 3, 4Rododendron 2, 3, 4
Aglucon plantenmest 2, 3, 4 Jodium 1, 2, 6Ruitenreinigers 1, 2
Aglucon plantenpijl 2, 3, 4Kalmeringsmiddelen 2, 3, 4Salomonszegel 2, 3, 4
Alcohol 2, 3Kamerplantenmest (vast) 2, 3, 4Sapoform 1, 2
Allesreinigers 1, 2, 5Kamerplantenmest (vloeib.) 1, 2Scheerling 2, 3, 4
Ammonia 1, 2Kamperfoelie 2, 3, 4, 6Schoonmaakazijn 1, 2
Anticonceptiepil 2, 3Kardinaalsmuts 2, 3, 4, 6Schuimbaden 1, 5
Antispruitmiddelen 2, 3, 4Karmozijnbes 2, 3, 4, 6Schuurmiddelen (vloeibaar) 1, 2
Antistipmid. (vissen) 2, 3, 4Kattenband (vlooien) 2, 3, 4Schuurpoeders 1, 2
Antivries 2, 3, 4Kerstboom 2, 3, 4Seresta 2, 3, 4
Aronskelk 2, 3, 4Kerstroos 2, 3, 4Shag 2, 3, 4
Appeltje der liefde 2, 3, 4Kerstster 2, 3, 4

Shampoo 1, 5

Aspirine (alle soorten) 2, 3, 4Ketelsteenoplosser 1, 2Sierpeper 2, 3,4
Aspro 2, 3, 4Kiemremmers 2, 3, 4Sigaren (peuken) 2, 3, 4 
Azalea 2, 3, 4Klimop 2, 3, 4Sigaretten (peuken) 2, 3, 4
Azijn (schoonmaak) 1, 2Koelbox- en koeltasvloeistof 2, 3Sinaspril 2, 3, 4 
Badschuim 1, 5Koperpoets 1, 2, 6Slaapmiddelen 2, 3, 4
Benzine 1, 6Kunstgebitreinigers 1, 2Slakkenverdelgers 2, 3, 4
Bestrijdingsmiddelen 2, 3, 4Kwastontharders (terpentine) 1, 2Sneeuwbes 2, 3, 4 
Bitterzoet 2, 3, 4Kwik (thermometer) 2, 3Soda 1, 2 
Bleekwater 1, 2Lakken 1, 6Soldeervloeistoffen 1, 2 
Boorwater 2, 3, 4Lampolie 1, 6Spar (kerstboom) 2, 3, 4 
Brandspiritus 2, 3Laxeermiddelen 2, 3, 4Spiritus (brand) 2, 3 
Brasso (koperpoets) 1, 6Lelietje-van-dalen 2, 3, 4Staalpillen 2, 3, 4 
Buckley hoestsiroop 2, 3, 4Librium, chloordiazepoxide 2, 3, 4Tabak 2, 3, 4 
Buckleys mixtura 2, 3, 4, 6Ligusterbessen 2, 3, 4, 6Tapijtreinigers 1, 5 
Carbolineum 1, 2Luchtverfrissers 2, 3, 4Taxus 2, 3, 4 
Castrix 2, 3, 4Lucifer (koppen) 2, 3, 4, 6Teakolie 1, 6 
Caustic soda 1, 2Lysoform 1, 2Tectyleermiddelen 1, 6 
Chefarine 2, 3, 4Lysol 1, 2Terpentine, terpentijn  1, 6
Chemisch toilet, desinfect. 1, 2Mahoniabessen 2, 3, 4Tetrachloorkoolstof, veel 2, 3, 4, 6
Chloorwater 1, 2Maretak 2, 3, 4Tetrechloorkoolstof, weinig 2
Christoffelkruid 2, 3, 4Melkbussenreiniger 1, 2Textielwasmiddelen 1, 2, 5 
Christusdoorn 2, 3, 4Melrosum 2, 3, 4Thermometer, kwik 2, 3 
Chroomreinigers 1, 6Mercurochroom 2, 3, 4Thinner 1, 6 
Citronella olie 1, 6Meubelolie 1, 6Tipp ex (vloeibaar) 2, 3, 4 
Citrosan 2, 3, 4Meubelwas 1, 6Toiletblokken 2, 3, 4 
Cocaïne 2, 3, 4Mierenlokdoos 2, 3, 4Toiletreinigers 1, 2 
Cotoneasterbessen 2Mierenzuur 1, 2Toiletverfrissers 2, 3, 4 
Crimidine 2, 3, 4Mistletoe 2, 3, 4Tri (chloorethyleen) 2, 3, 4
Cyclamen 2, 3, 4Modelbouwlijm 1, 6

Vaatwasmiddel (hand) 1, 5

Deodorants vh toilet 2, 3, 4Mogadon 2, 3, 4Vaatwasmiddel (machine) 1, 2 
Dettol 1, 2Mollengif 2, 3, 4Valium (diazepam) 2, 3, 4
Dieffenbachia soorten 2, 3Monnikskap 2, 3, 4Venijnboom 2, 3, 4 
Dieselolie 1, 6Mosdoder 2, 3, 4Verf 1, 6 
Doornappel 2, 3, 4Motorolie 1, 6Verfverdunners 1, 6 
Douchebad 1, 5Mottenballen 2, 3, 4Verharders (verf, plastic) 1, 2 
Dulcolax 2, 3, 4Muggenolie 1, 6Vim 1, 6 
Dwergmispel 2Muggenstift 2, 3, 4Vingerhoedskruid 2, 3, 4 
Eau de cologne 2, 3Muizentarwe 2, 3, 4Vitamine A, AD, D 2, 3, 4, 6
Eau de toilette 2, 3Nachtschade (zwart) 2, 3, 4Vlekkenmiddel X 10 1, 6 
Edelolie 1, 6Nagellak 2, 3Vlido box 2, 3, 4
Esbith blokjes 2, 3, 4Nagellakremovers 2, 3Vlooienband 2, 3, 4 
Eucalyptusolie 1, 6Narcis 2, 3, 4Voorwasmiddelen 1, 2, 5 
Euphorbia soorten 2, 3, 4Nasivin 2, 3, 4Vuilboom 2, 3, 4 
Famelsiroop 2, 3, 4Natronloog 1, 2Vuurdoorn 2, 3, 4 
Finimal preparaten 2, 3, 4Natterman hoestmiddelen 2Wasbenzine 1, 6 
Fluortabletten 2, 3Natterman hoest sterk 2, 3, 4, 6Wasmiddelen (textiel) 1, 2, 5 
Formaldehyde 1, 2Neusdruppels 2, 3, 4Wasverzachters 1, 2 
Foto-ontwikkelaars 1, 2Nootmuskaat 2, 3, 4Waterscheerling 2, 3, 4 
Gatenplant 2, 3, 4Oleander 2, 3, 4WC blokken 2, 3, 4 
G 11 zeep 2, 3, 5Ontkalkers 1, 2WC eend 1, 2 
Gelderse roos 2, 3, 4Ontkrullers 1, 2WC reinigers 1, 2 
Gevlekte scheerling 2, 3, 4Ontroesters (textiel) 1, 2Wolfskers 2, 3, 4 
Glifanan 2, 3, 4Ontvlekkingsmiddel X 10 1, 6Wonderoliebonen 2, 3, 4 
Glorix 1, 2Ontwikkelaars (foto) 1, 2Xyleen 1, 6 
Gootsteenontstoppers 1, 2Oranjeboompje 2, 3, 4X 10 1, 6 
Gouden regen 2, 3, 4Otrivin 2, 3, 4IJsazijn 1, 2 
Gramoxone 2, 3, 4Ovenreinigers 1, 2IJzerpreparaten 2, 3, 4 
Haarbleekmiddelen 1, 2Oxaalzuur 1, 2Zevenboom 2, 3, 4 
Haarlotions 2, 3Paracetamolpreparaten 2, 3, 4, 6Zilverpoets 1, 2 
Haarontkrullers 1, 2Paraquat (gramoxone) 2, 3, 4Zoutzuur 1, 2 
Halamid 1, 2Parfums 2, 3Zuren, zuurbaden (fotografie) 1, 2 
Hart-, bloedvatenmid. 2, 3, 4Parketvloerreinigers 1, 6Zuurbes 2, 3, 4 
Hasj 2, 3, 4Pekelharing (lotion) 2, 3Zwarte nachtschade 2, 3, 4 
Heggenrank 2, 3, 4Peperboompje 2, 3, 4Zwavelzuur 1, 2 
Herfststijloos 2, 3, 4Permanentvloeistoffen 1, 2Zymafluor 2, 3 
Heroine 2, 3, 4Petroleum 1, 6 
Hoestmiddelen 2, 3, 4Peut 1, 6 
Hondenband vlooien 2, 3, 4, 6Philodendron 2, 3, 4 
2 De ziekte van Lyme

Teken en de tekenbeetziekte, oftewel de Ziekte van Lyme

Wie de natuur in trekt doet er goed aan zich tegen tekenbeten te beschermen, want een tekenbeet kan gevaarlijk zijn. Teken kunnen namelijk infectieziekten overbrengen. In Nederland is dat de Ziekte van Lyme, in het buitenland kunnen dat ook nog andere ziekten zijn. De meeste mensen die door een teek gebeten zijn worden niet ziek. Bij voorzichtige schattingen (1999) wordt er van uitgegaan dat één op de tien tekenbeten veroorzaakt wordt door een teek die de bacterie Borrelia burgdorferi bij zich draagt. Deze bacterie is de boosdoener die de Ziekte van Lyme veroorzaakt. In de meeste gevallen maakt het lichaam zelf afweerstoffen tegen deze bacterie. Slechts een klein deel van de 'slachtoffers' zal ziekteverschijnselen van de Ziekte van Lyme ontwikkelen en daarvan zal een gering percentage ernstig zijn. Men gaat er van uit dat jaarlijks in Nederland ruim 10.000 nieuwe gevallen van de Ziekte van Lyme optreden. Bij tijdige behandeling met antibiotica zijn de vooruitzichten positief. Door zelf oplettend te zijn is het vaak mogelijk de ziekte te voorkomen. Vindt toch besmetting plaats en is men in staat de arts de juiste informatie te geven, dan is behandeling in een vroeg stadium mogelijk en zijn de gevolgen minder ernstig.

De teek
De teek (Ixodes ricinus) wordt als schuldige aangewezen bij het krijgen van de Ziekte van Lyme. Een klein, bruin-zwart, spinachtig beestje, dat leeft door bloed te zuigen bij een 'gastheer'. Die 'gastheer' kan een mens zijn, maar ook een muis, een konijn, een rat, een hond, een ree, een paard, een vogel, een kat of nog een ander dier. In zijn ontwikkeling kent de teek vier stadia: van eitje naar larve, van larve naar nimf en vervolgens naar volwassen teek. Een tekenlarve wordt geboren uit een eitje en is maar klein, ongeveer een kwart millimeter. Om te groeien en tot het volgende ontwikkelingsstadium van nimf over te gaan moet het beestje bloed zuigen. Dat gebeurt meestal bij een klein knaagdier zoals een muis, die toevallig voorbij komt en waar de larve zich aan hecht. Na een paar dagen laat de larve los, vervelt, en ontwikkelt zich tot een nimf van een halve tot één millimeter groot. Ook de nimf hecht zich aan een toevallig passerende 'gastheer' en zuigt zich vol met bloed. Na een paar dagen vervelt ook de nimf en ontwikkelt zich tot een volwassen teek van 2 tot 4 mm. groot. Het volwassen vrouwtje moet zich vol bloed zuigen en met een mannetje paren voordat ze eitjes kan leggen. De eitjes legt ze met 1000 tot 2000 tegelijk op een vochtig plekje, waarna ze sterft en de gehele cyclus opnieuw begint. Overigens, mannetjesteken zuigen geen bloed.

Een 'slachtoffer' vinden
De teek zoekt zijn 'gastheer' niet zelf op. Nee, teken wachten geduldig aan het einde van een blad of grasspriet tot er 'iemand' langs komt om zich aan te hechten. Op enkele meters afstand kunnen ze zich al oriënteren op stralingswarmte, geur, trillingen en koolzuur in de uitademingslucht van het potentiële slachtoffer. Komt er niemand langs dan is dat niet erg voor een teek. Teken kunnen maanden tot jaren overleven zonder voedsel, op voorwaarde dat de omgeving vochtig genoeg is. Men vindt ze dus in bosachtige gebieden, op de heide of in het hoge gras.

Als de teek een 'gastheer' gevonden heeft, zoekt hij naar een warm en vochtig plekje waar de huid niet te dik is. Bij volwassenen is dat vaak de lies, de knieholtes of de oksels; bij kinderen meestal de nek, achter de oren, op het hoofd of ook in de oksels en bij dieren vaak de oren, ogen, lippen, nek of hals. Vervolgens boort de teek haar zuigsnuit door de huid van het slachtoffer heen. De 'gastheer' merkt daar echter niets van, omdat het speeksel van de teek een verdovende stof bevat. Vervolgens blijft de teek 5-6 dagen zitten: er zijn enkele dagen nodig om zich stevig te verankeren. Vrij snel zuigt de teek zich op een gegeven moment vol met bloed, waarbij het rood- bruine achterlijf een doorsnede van ruim één centimeter kan krijgen. Overtollig vocht, zo ongeveer twee/derde van wat werd opgezogen, wordt vervolgens teruggespoten in het lichaam van de 'gastheer'. De teek laat los en valt op de grond. En de 'gastheer' bemerkt hooguit wat jeuk op de plek waar de teek gezeten heeft.

Het gevaar van besmetting
Een tekenlarve (eerste ontwikkelingsstadium van de teek) levert geen enkel gevaar op. Pas nadat de larve zich één keer heeft volgezogen met bloed bestaat de mogelijkheid van besmetting met de bacterie Borrelia burgdorferi, de veroorzaker van de Ziekte van Lyme. Die kans is er alleen als de vorige 'gastheer' bij wie de teek zich heeft volgezogen drager was van deze bacterie. Een tekennimf of een volwassen teek die besmet is is dus gevaarlijk voor mens en dier.

Voorkomen is beter dan genezen
Zoals gezegd leven teken altijd in een vochtige omgeving: in hoog grasland, heide of in bosachtige gebieden waar de luchtvochtigheid hoog is. Bij bezoek aan een dergelijk gebied is het verstandig de juiste kleding te dragen: door de mouwen naar beneden te doen en de broekspijpen in de sokken of in laarzen te stoppen is de kans al veel kleiner om een teek op te lopen. Kinderen lopen door hun geringe lengte en de manier waarop ze spelen meer kans op een tekenbeet. Door ze een shirt met lange mouwen aan te trekken en een pet op te zetten zijn ze meer beschermd. Verder is het altijd verstandig om achteraf het lichaam te inspecteren op teken. Volwassen teken worden gemakkelijk ontdekt omdat ze vrij goed te zien zijn, met nimfen is dat anders. Doordat ze zo klein zijn worden ze vrij snel over het hoofd gezien.

Teken verzamelen zich bij droog weer, waar één teek is kunnen er dus meer zijn! In het voorjaar en vroege zomer zijn het vooral de nimfen die zich aan een slachtoffer hechten, later in de zomer hebben ze zich tot volwassen teken ontwikkeld.

Huisdieren dragen geen beschermende kleding en kunnen dus makkelijker teken oplopen. Teken bij huisdieren zijn deels te voorkomen door het dier een zogenaamde tekenband om de hals te doen, waarop een stof zit die teken binnen 24 uur verlamt. Raadpleeg hiervoor eventueel een dierenarts. Voor zover bekend is de kat geen drager van de tekenbeetziekte en kent dit dier geen nadelige gevolgen van een tekenbeet. Voor de hond ligt dat anders: honden kunnen wel drager zijn van de bacterie die Lyme-ziekte veroorzaakt en ook kunnen bepaalde bloedparasieten die door een teek kunnen worden overgebracht voor de hond gevaarlijk zijn. Bovendien kent de hond de zogenaamde hondenteek (Rhipicephalus sanguineus), die groter is dan de gewone teek en uit Afrika afkomstig is. Raadpleeg de dierenarts als u twijfelt over een besmetting. Rechtstreekse besmetting van hond naar mens schijnt niet mogelijk te zijn.

Een tekenbeet
Als mens of dier een teek heeft opgelopen is dat geen ramp. Wel is het raadzaam de teek zo snel mogelijk te verwijderen. Gebruik hiervoor géén alcohol, nagellak, sigarettenrook of iets dergelijks om de teek te verdoven, zoals vroeger wel werd aangeraden! Hierdoor bestaat namelijk de kans dat de teek schrikt en de maaginhoud in het lichaam van de gastheer spuit, waardoor juist de infectie veroorzaakt wordt die voorkomen had moeten worden. Inwrijven met speeksel en daarna met een voorzichtig draaiende beweging proberen de teek los te trekken schijnt beter te werken. Het best kan men hiervoor een speciale tekenpincet gebruiken, die te koop is bij een drogist, apotheek, dierenarts of bij de Stichting SAAG (zie bronvermelding). Is zo'n pincet niet voor handen, neem dan een pincet waarmee de teek niet platgedrukt wordt. Pak vervolgens de huid waarop de teek zit zodanig vast dat een soort 'heuveltje' ontstaat. Plaats de pincet over de kop van de teek, zo dicht mogelijk bij de huid. Let er op dat niet het lijf tussen het pincet komt! Draai en trek heel voorzichtig totdat de teek loslaat. Soms breekt het snuitje van de teek hierbij af en blijft in de huid achter. Niet erg! Dit komt vanzelf weer naar buiten, net als een splinter. Na het verwijderen van de teek het wondje ontsmetten met alcohol 70 % of met jodium en het pincet desinfecteren in kokend water.

Besmetting bij de mens
Als bij de mens besmetting heeft plaatsgevonden moet zo snel mogelijk de huisarts worden bezocht voor een antibiotica-behandeling. Besmetting is te herkennen aan een grote rode vlek die meestal (maar niet altijd) verschijnt rond de plek van de tekenbeet. Deze vlek ontstaat doorgaans na 3 of 4 dagen tot 3 of 4 weken, maar vrijwel altijd binnen 3 maanden nadat men gebeten is. Die vlek wordt steeds groter en kan wel tot 15 cm. groot worden, terwijl rond de tekenbeet een lichtrode ring te zien is. Koorts, hoofdpijn en opgezette lymfeklieren kunnen dit verschijnsel vergezellen, maar ook dit is niet altijd het geval.

In Nederland bezoeken jaarlijks ongeveer 6.500 mensen hun huisarts vanwege zo'n rode vlek. Bij een enquête onder Lyme-patiënten bleek echter dat slechts twee/derde van de patiënten een rode vlek bij zichzelf had opgemerkt, hetgeen moet betekenen dat jaarlijks waarschijnlijk ruim 10.000 mensen in Nederland besmet raken met de bacterie Borrelia burgdorferi.

Na geruime tijd (enkele weken tot maanden) kan de bacterie in de bloedbaan terecht komen en zich door het lichaam verspreiden. Hoewel alle organen kunnen worden aangetast blijkt in de praktijk dat doorgaans het hart, het zenuwstelsel en/of de gewrichten ziekteverschijnselen vertonen.

Besmetting bij een hond
Besmetting bij honden kan eveneens klachten geven in de zin van algehele malaise, zoals verhoogde temperatuur, sloom zijn, niet eten en bewegingsproblemen zoals kreupel lopen, opgezette gewrichten en spierpijn. Met een antibioticakuur zijn jonge honden te genezen. Bij oudere honden die chronisch ziek zijn zullen de klachten na een antibioticakuur grotendeels verdwijnen, maar is de ziekte niet volledig te genezen.

De bovenstaande symptomen kunnen ook veroorzaakt worden door andere ziekten, waardoor het voor artsen moeilijk is om de juiste diagnose te stellen. Door zelf goed op te letten of men door een teek gebeten is, en de datum te onthouden, kan men de arts de nodige informatie geven die maakt dat men op de juiste wijze en in een zo vroeg mogelijk stadium behandeld wordt.

Bronnen: Nederlandse Vereniging voor Lyme-patienten, www.lymepatver.demon.nl
'Lyme-ziekte in een ander perspectief', dr.Steensma en drs.Dubbelboer, Medisch Contact, juli 1999;

Brochure 'Wat u moet weten van tekenbeten en van Lyme-ziekte',
Stichting Samenwerkende Artsen- en Adviesorganisaties in de Gezondheidszorg (SAAG),www.saag.nl.

3 Inenten van honden
Als uw pup zes weken is dient deze te worden ingeënt tegen hondenziekte (pupinenting) en parvo. De enting tegen deze twee ziekten heet 'nest-enting'. Met negen weken moet de pup opnieuw worden ingeënt tegen parvo en tevens tegen leptospirose.
Met twaalf weken volgt dan een 'cocktail' tegen hondenziekte, leverziekte, leptospirose en para-influenza. Deze cocktail-enting dient ieder jaar herhaald te worden.

Hondenziekte
Deze ziekte wordt ook wel distemper genoemd. Kenmerken van de ziekte zijn koorts, ontsteking van oogleden en neusslijmvlies, hoesten, diarree, soms aantasting van het zenuwstelsel en soms een verdikking van de hoornlaag op de neus en voetzolen. Honden kunnen dood gaan aan deze ziekte, ook als zij een goede behandeling krijgen.

Parvo
Als een hond parvo heeft blijkt dit onder andere uit ernstige diarree en een sterk afgenomen afweer tegen andere ziekten. Bij puppies kan parvo hartproblemen veroorzaken. Ook bij deze ziekte is het niet zeker of de hond het haalt, zelfs al krijgt het dier een goede behandeling. Omdat jonge honden gevoelig zijn voor parvo is het belangrijk uw hond vroeg tegen deze ziekte te laten inenten. Dit kan als het dier zes weken oud is, eventueel tegelijk met een inenting tegen hondenziekte.

Besmettelijke leverziekte
Deze ziekte staat ook bekend als hepatitis en wordt veroorzaakt door een virus dat schadelijke effecten in het lichaam veroorzaakt. Ontsteking van de lever is hierbij het belangrijkste effect. Honden van alle leeftijden kunnen deze ziekte krijgen en er mogelijk aan sterven. Het komt echter ook voor dat de ziekte zo rustig verloopt dat er niets aan de hond te zien is.

Leptospirose ( onder andere ziekte van Weil)
De ziekte van Weil is vrij bekend. Er bestaan ook aandoeningen die hierop lijken. De verzamelnaam voor deze ziekten is leptospirose. Leptospirose is gevaarlijk voor mens en hond. De ziekte wordt via urine overgedragen. Het belangrijkste verschijnsel van de ziekte is nierontsteking. De ziekte kan -vooral bij te late behandeling- tot de dood leiden. Om goed tegen leptospirose beschermd te zijn moet een jonge hond twee maal ingeënt worden met enkele weken tussentijd. Bij een verhoogd risico op deze ziekte is een derde inenting het overwegen waard. Verder is er een jaarlijkse herhalingsinenting nodig.

Hondsdolheid
Een andere naam voor deze ziekte is rabiës; een dodelijk virus voor de meeste zoogdieren en ook voor de mens. Het virus tast de hersenen aan. Mensen en dieren die er mee besmet worden overlijden meestal binnen zeven dagen. In Nederland komt hondsdolheid weinig voor, zeker in vergelijking met de ons omringende landen.

Honden brengen hondsdolheid meestal over door speeksel. Daarom is het zeer belangrijk uw hond te laten inenten als er een kans op dit virus bestaat. De meeste landen eisen dat honden die over de grens vervoerd worden ingeënt zijn tegen hondsdolheid. Omdat de inenting pas dertig dagen na toediening geldt is het belangrijk dit ruim van tevoren te laten doen. Omdat hondsdolheid in Duitsland vaker voorkomt is het verstandig uw hond te laten inenten als u naar de grensstreek gaat.
4 Nierproblemen bij katten
DOOR DR. INGRID LEWIN
Mevrouw Lewin heeft samen met haar echtgenoot 'Dierenkliniek De Posten in Drachten', een gezelschapsdierenpraktijk waar voornamelijk honden en katten behandeld worden. Ze is tevens de begeleidende dierenarts van Stichting Kat in Nood te Lauwerzijl.


Onze huiskat is een bijzonder sterk en vitaal dier. Wat de levensverwachting betreft wint de kat het verre van de hond. Bij een goede verzorging mag een eigenaar verwachten dat de poes hem of haar toch zeker 16 jaar gezelschap houdt, terwijl men van een hond vaak binnen 14 jaar afscheid moet nemen. Ook heb ik katten van 25 jaar gezien, al zijn dat natuurlijk uitzonderingen. Wat is nu de meest voorkomende doodsoorzaak bij katten? Zonder twijfel moet ik na 25 jaar praktijkervaring concluderen dat de nieren vaak het eerst aan slijtage onderhevig zijn. De nierfunctie is - zeer eenvoudig gezegd - het zuiveren van het bloed. Afvalstoffen die bijvoorbeeld na het eten en drinken in het bloed komen moeten er o.a. door de nieren weer worden uitgehaald. Verder spelen de nieren nog een rol bij het maken van bepaalde hormonen en vitaminen.

De nier, een orgaan met gebruiksaanwijzing
Hoe kunnen wij nu weten of de nieren van onze poes nog goed zijn? De eerste aanwijzing dat er iets niet goed is kunt u krijgen doordat u uw poes meer (meer dan vorig jaar) water ziet drinken. Het is bij katten nogal eens moeilijk te meten hoeveel ze drinken, omdat katten soms op rare plaatsen willen drinken. Ze drinken bijvoorbeeld uit een druppelende kraan of uit de bloemenvaas. Als u echter uw poes meerdere malen per dag water ziet drinken ( melk telt niet mee, dat vinden ze gewoon lekker) is dat een aanwijzing dat er iets mis kan zijn. De kat is namelijk van oorsprong een woestijndier en daarom niet ingesteld op drinken. Dit in tegenstelling tot de hond die na elke wandeling eerst eens lekker gaat staan slobberen.

Urineonderzoek
Er moet altijd vers water voor de kat klaar staan, maar als de kat er vaak van drinkt is het verstandig een klein beetje urine op te vangen ( een vingerhoedje is genoeg) en contact op te nemen met uw dierenarts. Als de kat weg rent zodra u de urine op wilt vangen, kunt u ook urine opvangen in de kattenbak. U moet er dan echter geen normale vulling in doen, maar schoongewassen droog grof zand ( bijvoorbeeld aquariumzand). Omdat dit geen vocht vasthoudt kunt u dit gewoon afgieten en in een schoon potje doen. Zowel het potje als het zand moeten - voor de urine er mee in aanraking komt - goed droog zijn, omdat er anders te veel water in de urine komt.

Aan dat kleine beetje urine kan de dierenarts het soortelijk gewicht meten. Dit zegt iets over de hoeveelheid afvalstoffen die in de urine zitten en over de hoeveelheid werk die de nieren nog aan kunnen. Als er veel afvalstoffen in de urine zitten is dat een bewijs dat de nieren dat keurig uit het bloed hebben gehaald en dat ze nog prima werken. Ook kan met een soort papiertje ( glucosestick) onderzocht worden of het meerdere drinken veroorzaakt kan zijn door suikerziekte. Als er geen suiker in de urine zit en het soortelijk gewicht van de urine is laag, dan is dat een aanwijzing dat de nierfunctie mogelijk niet goed is. Een soortelijk gewicht van 1.010 wijst op een minimale nierfunctie: de nieren transporteren geen afvalstoffen meer uit het bloed naar de urine.

Als de nierfunctie erg slecht is zal de poes er ook slecht uit zien. In het beginstadium ziet de poes er vaak nog prima uit. Uw dierenarts zal - bij verdenking op een slechte nierfunctie - uw poes helemaal nakijken. Is het gebit zonder aanslag; hoe voelen de nieren bovenin de buikholte, links en rechts naast de ruggewervels aan. Als u in een vroeg stadium bij de dierenarts komt en er zo op het oog niets aan de poes te vinden valt, kan de eventuele nierslijtage het best worden afgemeten met een eenvoudige bloedtest op de bloedafvalstoffen ureum en creatinine. Veel gezelschapsdierenpractici hebben tegenwoordig een apparaat om dit onderzoek tijdens het spreekuur uit te voeren. Als de bloedwaarden te hoog zijn hoeft dit gelukkig niet te betekenen dat u uw poes binnenkort kwijt bent. Mits de nierslijtage niet te snel verergert kan de poes - ook met verhoogde waarden van creatinine en ureum - nog jaren gelukkig leven.

Wel moet u de nieren in dat geval helpen door speciale voeding te geven. Via de dierenarts zijn diverse nierdiëten verkrijgbaar die minder belastend zijn voor de nieren dan gewoon voedsel. Deze nierdiëten bevatten minder eiwitten. En eiwitten zijn - hoewel door de poes het lekkerst bevonden - voor de nieren moeilijk te verwerken. Aan de andere kant kan een poes niet zonder eiwitten. In een nierdieet zitten dus weinig, maar kwalitatief hoge eiwitten. Verder bevat een nierdieet meer vetten en koolhydraten, omdat een nierpatiënt meer energie nodig heeft.

Nierdiëten hebben twee nadelen:
1. Sommige katten lusten het niet zo graag. Er zijn echter veel soorten nierdiëten. Mijn ervaring is dat katten de zogenaamde 'tinnetjes' (vierkante doosjes) vaak liever eten dan de andere soorten.
2. Ze zijn duurder dan 'gewoon' voedsel. Als het voor de eigenaar financiëel niet mogelijk is op duurder voedsel over te gaan, dan kan - als noodmaatregel - het eiwitgehalte van de 'gewone' voeding worden verlaagd door wat rijst of macaroni toe te voegen. Natuurlijk is dit minder ideaal.

Wat kunt u doen om nierslijtage bij uw kat in een vroeg stadium te voorkomen?
Zorg dat er altijd fris water bereikbaar is. Ik zie 's zomers nogal eens poezen op het spreekuur met acute nierproblemen, doordat ze de hele dag buiten zitten en niet naar binnen kunnen om te drinken. Als de kat binnen is, zorg dan dat de kattenbak gemakkelijk toegankelijk is ( dus niet op zolder of in de kelder of op een winderig balkon). De meeste katten hebben een hekel aan steentjes met een geurtje en houden daarom de urine te lang op, wat eerst blaasontsteking en op den duur ook nierslijtage geeft. Het beste kunt u eenvoudig grit nemen. (Geperst papier en hout hebben ook vaak een luchtje.) Het is nodig om de kattenbak minimaal om de andere dag geheel te verschonen en dus niet alleen de drolletjes er uit te scheppen. De meeste katten hebben ook een hekel aan een kattenbak met een deksel en een zogenaamde geursluis is helemaal uit den boze. Het beste is een eenvoudig wasteiltje. Als u meer katten hebt, let dan op of er niet eentje bij is die altijd door de anderen wordt geplaagd. Als het slachtoffer eerst door een kamer moet waar een andere kat hem een klap geeft, dan zal hij iedere keer
later dan goed voor hem is naar de kattenbak gaan. Vochtig voer ( dus blik en vers) is minder belastend voor de nieren dan droogvoer. Als u toch droogvoer wilt geven is het verstandig een speciaal merk te kiezen in overleg met uw dierenarts. Melk zou goed zijn, maar helaas krijgen veel katten van melk diarree, wat weer niet goed is voor de nieren. Van de speciale 'catmilk' krijgen de meeste katten geen diarree. Meestal is echter het verstrekken van gewoon water voldoende.
5 Suikerziekte bij katten

DOOR DR. INGRID LEWIN
Mevrouw Lewin heeft samen met haar echtgenoot 'Dierenkliniek De Posten in Drachten', een gezelschapsdierenpraktijk waar voornamelijk honden en katten behandeld worden. Ze is tevens de begeleidende dierenarts van Stichting Kat in Nood te Lauwerzijl.

Suikerziekte is bij de kat, net als bij de mens, niet echt een zeldzame ziekte. We zien suikerziekte vooral optreden bij oudere katten, meestal gecastreerde katers, die te dik zijn (geweest). Dikte, dus vet, is bij katten belastend voor de lever, en via een ingewikkeld stofwisselingsmechanisme ook voor de alvleesklier of pancreas. In bepaalde cellen in de pancreas, de zogenaamde eilandjes van Langerhans, wordt insuline gemaakt. Insuline is een hormoon, dat er voor zorgt dat de suiker die in het bloed zit in de lichaamscellen wordt opgenomen. Als er te weinig insuline in de pancreas wordt gemaakt, krijgen de lichaamscellen te weinig suiker en kunnen zij bij gebrek aan energie niet meer functioneren. De kat voelt zich dan beroerd, want alle cellen in alle organen werken slecht. Die organen schreeuwen als het ware om eten, maar het bloed dat overladen is met suiker, kan die suiker niet afgeven. Omdat er zoveel suiker in het bloed zit komt er ook suiker in de urine, wat weer gepaard gaat met een overmatige urineproductie. En om dat weer op te vangen moet de kat veel drinken.

Symptomen
Dit was - heel in het kort - de theoretische achtergrond. Maar wat ziet de baas nu aan zijn kat? Het eerste dat opvalt is meestal het vele drinken. Al zou dat ook op een nierprobleem kunnen wijzen. Als de eigenaar er snel bij is zien wij op het spreekuur een goed doorvoede kat. Als de eigenaar lang wacht is de kat vaak vermagerd en uitgedroogd. Het rare is dat de kat vermagerd terwijl hij veel eet. In een heel laat stadium van de ziekte kunnen de lichaamscellen zoveel te lijden hebben gehad dat de kat misselijk is en niet meer kan eten.

Diagnose
Voor dierenartsen is de diagnose erg makkelijk. Door een stripje in de urine te houden kunnen zij zien of hier suiker in zit. Een nauwkeuriger methode is bloedonderzoek. De meeste dierenartspraktijken bezitten tegenwoordig een apparaat waarbij het bloedsuikergehalte op het spreekuur onderzocht kan worden. De hoogte van het bloedsuikergehalte geeft informatie over de ernst van de suikerziekte.


Behandeling en toekomstverwachting
De behandeling is niet moeilijk, al vergt het wel inzet en nauwkeurigheid van de baas. De kat moet tweemaal daags worden gevoerd (met een normaal dieet) met een tussenruimte van 8 uur en dat moet iedere dag precies op dezelfde tijd. Direct na de ochtendmaaltijd moet de kat een insuline-injectie krijgen. Dit lijkt griezelig, maar iedere baas kan het leren. De kat blijkt het spuitje - dat met een heel dun naaldje wordt gegeven - nauwelijks te voelen. In het begin moet de kat vaak naar de dierenarts om de benodigde hoeveelheid insuline te laten bepalen. Later hoeft dat alleen nog maar zo heel af en toe. Mits de eigenaar van de kat het op kan brengen exact op dezelfde tijd van de dag te voeren en te spuiten ( ook op zondagochtend), zijn de vooruitzichten goed. Helaas is het niet mogelijk bij katten insuline in de vorm van tabletten te geven. Soms gaat de pancreas - als hij een poosje met insuline is geholpen - weer zelf voldoende insuline maken en kan men stoppen met spuiten. Reken er echter niet op dit geluk te hebben, want het is zeldzaam. De kat blijft ook dan onder controle, want de kwaal wil nog wel eens terugkomen. Gaat men met de suikerziekekat naar een onbekende dierenarts, vertel dit verhaal dan altijd. Behandeling met bepaalde hormonen kan ook (tijdelijke) ontregeling van de pancreas veroorzaken.

Voor meer informatie kunt u ook terecht op het forum: http://www.diabeteskatten.nl/forum. Aan dit forum nemen enthousiaste verzorgers en/of eigenaren van katten met diabetes deel en helpen elkaar met vragen en behandelingen.

Ook kunt u terecht op de site www.suikerkatten.nl en het forum http://forum.suikerkatten.nl.

6 Adressen betreffende deskundige hulp voor zieke dieren

Dierenartsen en anderen die veel ervaring hebben met.......

SpecialistSpecialisatie
Dierenkliniek Kortenoord
de heer A.H.Westerhuis 
Wageningen, 
tel. 0317-412432
Homeopathische behandeling van gedragsproblemen bij honden en katten
Mevrouw Kik
Nieuwegein
tel. 030-6303663 
van 18.45 - 19.30 uur
Schildpadden, hagedissen, slangen, kameleons en andere reptielen en amfibieën
Mevrouw van der Horst 
Veldhoven
tel. 040-2053097
Knaagdieren, konijnen, vogels, papegaaien en reptielen
Soptom Nederland Schildpadden Opvang 
de heer  H.Scheffer
Roden
tel. 050-5012220
Schildpadden
Dierenkliniek Kerkelanden
mevr. Röner
Hilversum
tel. 035-6214648
Fysiotherapie bij honden en katten
Dierenkliniek Brouwhuis
mevr. Moorman,
Helmond
tel. 0492-515977
Fretten
Dierenkliniek de Toren
de heer Beijer
Drachten
tel. 0512-513627
Oogheelkunde, orthopedie, cardiologie en fokbegeleiding bij honden en katten
Gespecialiseerd in vogels (de heer Beijer)
Dierenkliniek De Posten
Drachten
De heer en mevrouw Lewin
Tel. 0512-525500
alle disciplines
bij honden, katten, fretten, knaagdieren en vogels
 
Diergeneeskundig Centrum De Vallei
Woudenberg
tel. 033-2863276
Landbouwhuisdieren speciaal paarden - hobbymatig (dhr. , den Heijer)
Vogels (dhr. Feld)
Exotische dieren ( dhr. Feld)

 

7 Vogelgriep
Terwijl iedereen lekker van de zomer geniet, griepjes en verkoudheden tot een ver verleden behoren, wordt achter de schermen druk gewerkt aan een vaccin dat ons de komende winter moet beschermen tegen diverse vormen van griep. 'Griep' oftewel influenza is iets anders dan een verkoudheidje. 'Griep' is een ziekte waar mensen erg ziek van zijn en waar ze - in het allerergste geval - aan kunnen overlijden. De 'vogelgriep' die enige tijd geleden in Hongkong zijn intrede deed, deed de hele wereld opschrikken. Want nieuwe influenza-virussen waarvoor mensen geen afweerstoffen hebben gevormd, zijn de schrik van de medische wereld. Zo was daar in 1918 de 'Spaanse Griep', een griep die over de gehele wereld zo'n twintig miljoen slachtoffers maakte! De 'Aziatische Griep' in 1957 maakte een miljoen slachtoffers en aan de 'Hongkong Griep' overleden in 1968 wereldwijd zo'n 700.000 mensen. Zulke pandemieën verschillen van de jaarlijkse griepgolf doordat het om een totaal nieuw virus gaat, een virus waar mensen geen afweerstoffen tegen hebben. Virussen die al bij mensen voorkomen veranderen ook wel, maar deze veranderen geleidelijk, zodat een vaccin van het jaar daarvoor nog steeds werkt.

En dan nu de vogelgriep. Is het denkbaar dat een influenzavirus zoals het virus dat Hongkong teisterde ook ons zal bereiken? Volgens deskundigen van de Erasmus Universiteit is dat zeker mogelijk. In principe zijn mensen niet vatbaar voor influenzavirussen die onder vogelsoorten leven. Varkens bijvoorbeeld zijn dat wel. Maar varkens zijn óók gevoelig voor mensenvirussen. Wanneer in een varkenslichaam tegelijkertijd zowel een mensen als een vogelvirus voorkomen, bestaat de kans dat een compleet nieuw virus gevormd wordt, een virus met gensegmenten van zowel een mensen-als een vogelvirus. Als de buitenkant van dat virus voornamelijk de eigenschappen bezit van een vogelvirus, dan wordt dat door het menselijk afweersysteem niet als een virus herkend. Maar het is wel degelijk een ziekmakend mensenvirus, hetgeen zich kan ontwikkelen in een mensen-lichaam. Daarna kan het zich relatief gemakkelijk verspreiden, omdat het menselijk afweersysteem dit virus niet herkent en er ook geen afweerstoffen tegen heeft. En dan bestaat de mogelijkheid dat een pandemische situatie ontstaat, waarbij de ziekte zich wereldwijd kan verspreiden en vele slachtoffers kan maken.

De angst dat vogelvirussen zich op een of andere manier gaan aanpassen aan de mens heeft er toe geleid dat de Erasmus Universiteit een uitgebreid onderzoek heeft opgezet naar influenzavirussen bij eenden en trekvogels. Trekvogels komen vaak over grote afstanden naar ons toe, soms wel 5000 kilometer ver, bijvoorbeeld uit Aziatisch Rusland. De mogelijkheid bestaat dat ze de hier levende vogels besmetten door met ze te paren; het is ook mogelijk dat de diverse virussen hier komen door middel van de uitwerpselen van deze vogels op ons grondgebied. Daardoor bestaat de kans dat onze varkens besmet raken, waardoor de ontwikkeling van een vogel/mensenvirus tot de mogelijkheden behoort. Achter de schermen wordt druk gewerkt aan het ontwikkelen van een vaccin dat ons tegen een dergelijk virus kan beschermen.
8 'Aids' bij katten
Het was wereldnieuws toen in 1986 een virus ontdekt werd bij katten, dat grote overeenkomsten vertoonde met het virus dat bij mensen AIDS doet ontstaan. Het 'feline immunodeficientie virus', oftewel 'FIV' veroorzaakt een soort van AIDS bij katten. Ook bij andere diersoorten komen virussen voor die lijken op het AIDS-virus, alleen worden deze diersoorten hiervan minder ziek. Katten worden na verloop van tijd echter wel ziek. De vergelijking met het Aids-virus is dan ook op zijn plaats. Mensen hoeven zich geen zorgen te maken dat ze besmet raken met FIV, besmetting van kat op mens komt niet voor.
Infectie met FIV vindt doorgaans plaats via vecht- en bijtwonden. Infectie van moederpoes op kitten is ook mogelijk tijdens de zwangerschap, en ook infectie via moedermelk behoort tot de mogelijkheden.

Na infectie met FIV zijn vijf stadia te onderscheiden, die ook weer parallel lopen met het menselijke HIV:

Het 'acute stadium'. Een infectie met FIV veroorzaakt in de beginfase weinig verschijnselen. Soms wordt koorts waargenomen en opgezette lymfeklieren. De ernst van de symptomen varieert en worden ook niet bij elke kat waargenomen.
De 'asymptomatische' fase is een fase waarbij zich uiterlijk geen ziekteverschijnselen voordoen, terwijl de kat wel besmet is. Deze periode kan zeker vijf jaar of langer duren.
De 'persistent gegeneraliseerde lymfadenopathie' is een fase die bij mensen onderscheiden wordt, maar die bij katten niet duidelijk te herkennen is. Mensen met HIV hebben in deze fase vage algemene klachten zoals regelmatig terugkerende koorts, verminderde eetlust, vermagering en bloedarmoede.
Het 'AIDS gerelateerde complex' is de volgende fase, een fase waarbij katten vaak voor het eerst als patiënt in de dierenartsenpraktijk komen. Chronische ontsteking van het mondslijmvlies, tandvleesontsteking, opgezette lymfeklieren, bloedarmoede, chronische ontsteking van de luchtwegen en chronische diarree komen in deze periode veel voor. De klachten verergeren over een periode van maanden tot jaren.
Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium ontwikkelen dat vergelijkbaar is met AIDS bij mensen. Behalve de algemene klachten uit het vierde stadium treden nu infecties op de voorgrond en zijn er soms neurologische problemen.
Experimenteel is aangetoond dat een behandeling met bepaalde medicijnen die ook bij menselijke Aids-patiënten worden gebruikt tot verbetering van het klinische beeld kunnen leiden. Behandeling geeft voor de kat echter vervelende bijverschijnselen en kan de infectie niet teniet doen. In de praktijk komt het zelden voor dat katten voor FIV met medicijnen worden behandeld.

Het risico dat een kat FIV krijgt is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden. Aan de eigenaren van katten die al met FIV besmet zijn wordt het advies gegeven om deze dieren niet buiten te laten lopen. Een vaccin om besmetting te voorkomen is er niet. Door het gewone sociale contact komt besmetting nauwelijks voor. Toch is het aan te bevelen dat mensen die veel katten bezitten zoals o.a. cattery's de besmette dieren opsporen en isoleren van de rest.


Infecties met het FIV-virus komen wereldwijd voor. In Nederland is bij de gezonde katten plusminus 1 % besmet en bij de zieke katten plusminus 6 %. In andere landen liggen de percentages doorgaans hoger. In Japan is plusminus 40 % van de zieke katten besmet en in Engeland is dat 16 %. Het aantal geïfecteerde katers is ruim twee maal zo groot als het aantal geïnfecteerde poezen. Dat komt omdat vrij loslopende katers hun territorium willen verdedigen tegen 'indringers' en daardoor nogal eens gaan vechten waardoor virusoverdracht mogelijk wordt. Binnenshuis, in een sociaal stabiele groep met vriendelijke katten komt overdracht van het virus nauwelijks voor. Katten kunnen jarenlang naast elkaar leven zonder elkaar te besmetten. De beste manier om besmetting met het FIV-virus te voorkomen is dan ook door poezen en katten binnen te houden.
Donateurschap
# Vraag
1 Hoe lang is het pasje geldig?

Iedereen krijgt binnen 4 weken na de inschrijving de eerste post van ons toegestuurd met daarin de welkomstbrief, een blad en het pasje. Op dit eerste pasje staat het jaar waarin u zich heeft aangemeld als donateur. Zo gauw het jaar om is, of bijna om is, sturen wij een stickertje aan alle donateurs die men op het pasje kan plakken. Hiermee is het pasje geldig voor het volgende jaar.

Na een aantal keren een stickertje te hebben gestuurd, sturen wij een nieuw pasje aan alle donateurs. Dit doen wij niet jaarlijks, aangezien dit veel kosten met zich meebrengt en is gebleken dat de meeste mensen de stickertjes goed gebruiken.

De stickertjes of eventueel nieuwe pasjes worden altijd samen met het blad toegestuurd. Degenen die de digitale nieuwsbrief ontvangen krijgen de stickertjes of het nieuwe pasje per gewone post toegestuurd.

2 Ik ben mijn pasje kwijtgeraakt, hoe kan ik een nieuwe ontvangen?
Als u uw pasje bent verloren kunt u een mailtje naar ons sturen op admin@nshd.nl. U kunt ook bellen om dit door te geven, dan kunt u het beste uw correspondentienummer bij de hand houden zodat wij uw adresgegevens meteen even controleren in onze administratie. Het correspondentienummer vindt u op uw bankafschrift en op de post die wij u toesturen.
3 Ik heb mij enige tijd geleden ingeschreven maar heb nog steeds niets ontvangen, klopt dat?
De inschrijvingen die bij de NSHD binnenkomen worden zo snel mogelijk verwerkt in onze administratie. U krijgt automatisch een welkomstbrief en uw eerste blad toegestuurd. Als u binnen een maand nog niets heeft ontvangen is er misschien iets fout gegaan met het overnemen van uw adres. Dan kunt u contact opnemen met de administratie (0900-9006743 0,15 cpm) om de adresgegevens te controleren.
Als u heeft aangegeven dat u de digitale nieuwsbrief wilt ontvangen dan krijgt u de eerste keer toch een uitgave van Hulp aan Dieren per post toegestuurd samen met de welkomstbrief en het donateurpasje. Dit wordt automatisch door onze administratie toegezonden, als u het blad zelf niet wilt lezen kunt u het misschien verder te geven aan vrienden of bekenden.
4 Hoe stop ik mijn steun aan de NSHD?

Natuurlijk zijn wij blij dat u ons als donateur steunt. Mocht u echter niet meer in de mogelijkheid zijn om ons te blijven steunen of andere redenen hebben om uw donateurschap op te zeggen, dan kunt u dit als volgt doen. 
U kunt ons een brief sturen met daarop uw naam, adres, eventueel het correspondentienummer en de reden waarom u opzegt. Ook kunt u uw gegevens invullen op het formulier op deze site, te vinden onder het tabblad 'Donateurs' en vervolgens 'Opzeggen'.
Direct een mail sturen naar ons mailadres admin@nshd.nl is natuurlijk ook een mogelijkheid.

Wegens kostenbesparing sturen wij u alleen een bevestiging toe als u hiernaar vraagt.

5 Ik heb opgezegd maar nog geen bevestiging ontvangen. Wordt deze nog aan mij toegezonden?
Wij sturen alleen bevestigingen als hierom gevraagd is om zo kosten te besparen.
6 Als ik opzeg stopt de betaling dan automatisch?

Als u heeft opgezegd dan stoppen de betalingen automatisch nadat het jaar waarover het donateurschap loop is afgelopen. In principe bent u het donateurschap aangegaan voor een jaar. Telkens wordt het donateurschap met een jaar verlengt mits u heeft opgezegd.

Op uw bankafschrift staan de maanden en het jaar waarop de betaling betrekking heeft. Als u bijvoorbeeld in mei bent ingeschreven en u betaalt uw bijdrage per half jaar staat er op het afschrift 05-09 tot 10-09. Nadat de betaling voor het tweede halve jaar heeft plaats gevonden en u heeft inmiddels opgezegd, zal er nadien geen betaling meer plaatsvinden.

7 Als ik wil opzeggen waar moet ik de brief dan naar toe sturen?

U kunt ons schriftelijk op de hoogte stellen op onderstaand adres:

Administratie NSHD
Kanaaldijknoord 59, 5642 JA te Eindhoven

ook kunt u faxen naar het nummer 040 2458037

of u kunt een mail sturen naar admin@nshd.nl.

8 Ik heb mijn steun opgezegd en nu is er toch geld van mijn rekening afgeschreven. Hoe kan dit?

Als wij uw brief met uw naam, adres, eventueel uw correspondentienummer en de reden waarom u opzegt hebben ontvangen zullen wij deze zo snel mogelijk verwerken.

In principe bent u een donateurschap voor de duur van een jaar aangegaan welke automatisch wordt verlengd tenzij u drie maanden voor afloop van het jaar schriftelijk heeft opgezegd.

Als het lopende jaar nog niet is verstreken gaan wij ervan uit dat u het jaar nog volmaakt en zal de steun na dit jaar automatisch stoppen.

9 Hoe vaak krijgt men een tijdschrift?

Het blad Hulp aan Dieren wordt twee keer per jaar uitgegeven. Daarnaast sturen wij aan degenen die de nieuwsbrief digitaal wensen te ontvangen vier keer per jaar een nieuwsbrief. In beide uitgaven staan dezelfde artikelen zodat u niets hoeft te missen.

Als u heeft aangegeven dat u de nieuwsbrief digitaal wenst te ontvangen zult wel één keer samen met uw welkomstbrief en het donateurpasje een blad ontvangen, wellicht is het leuk om dit blad verder te geven aan vrienden of bekenden.

Mocht u uw gegevens willen wijzigen om bijvoorbeeld eerder op de hoogte te zijn van het nieuws en de digitale versie aan willen vragen, dan kunt u dit onder het tabblad 'Donateurs' onder 'Gegevens wijzigen' aangeven.

10 Ik heb pas geleden betaald en nu is er wéér geld van mijn rekening afgeschreven. Hoe kan dat?

Het kan zijn dat u aan het einde van de maand bent ingeschreven. Onze administratie rekent deze maand nog mee. Als u heeft aangegeven dat u per kwartaal wilt betalen, lijken de betalingen wel erg snel achter elkaar plaats te vinden.

Maar als u op uw bankafschrift kijkt ziet u dat de betalingen telkens voor één kwartaal gelden. Als u zich bijvoorbeeld heeft aangemeld in juni 2009, dan komt er op uw bankafschrift de periode 06-2009 / 08-2009 te staan. Hiermee bedoelen wij de maanden juni, juli en augustus. De eerste afschrijving kan pas aan het einde van juni plaatsvinden, terwijl de volgende betaling alweer in augustus zal zijn voor de daarop volgende termijn.

11 Wanneer komt het pasje?

Het pasje wordt samen met het (eerste) blad en de welkomstbrief binnen drie tot vier weken na uw inschrijving naar u toegestuurd.

Als u na een maand nog niets heeft ontvangen kunt u per telefoon (0900 900 6743 0,15 cpm) of per mail contact met ons opnemen. Het zou kunnen dat wij contact met u trachten op te nemen omdat de gegevens niet volledig of moeilijk te lezen zijn.

12 Ik heb opgezegd maar toch nog een tijdschrift ontvangen. Hoe kan dat?

Als wij uw brief met uw naam, adres, eventueel uw correspondentienummer en de reden waarom u opzegt hebben ontvangen zullen wij deze zo snel mogelijk verwerken.

In principe bent u een donateurschap voor de duur van een jaar aangegaan hetgeen automatisch wordt verlengd tenzij u drie maanden voor afloop van het jaar schriftelijk heeft opgezegd.

Uw betaling is telkens voor de komende periode. Als het lopende jaar nog niet is verstreken krijgt u tot het einde van dit jaar het blad of de digitale nieuwsbrief toegestuurd.